Aan de basis van het beeldend werk van Erica Wesseling
ligt een diepe verbondenheid met de natuur.
In het groot uit zich dat in haar fascinatie voor landschappen,
in het klein voor haar aandacht voor het kiemen, groeien,
afsterven, de hele kringloop van planten en bomen.
Een voedingsbodem voor de fantasie.
Booomtakken en -wortels, twijgen, het ragfijne weefsel
van een afgestorven blad; het zijn elementen
die in haar werk weer tot leven komen.
Het is een hergebruik van niet enkel natuurlijk materiaal,
ook nylondraden, metaal, polyester, spiegels, perspex
krijgen in hun 2e leven een nieuwe lading.
Erica Wesseling beweegt zich vrijelijk en intuïtief
tussen diverse technieken en materialen.
Deze materialen contrasteren speels met elkaar
in een levendig lijnenspel, resulterend in geabstraheerde figuratie
met een poëtische inslag.